Afkorting staat voor: multipele sclerose
Voorkomen: vaakst voorkomende chronische ziekte van het centrale zenuwstelsel
Wie: 3 ♀ : 1 ♂
Start ziekte: 15-50 jaar
Voorkomen: 36.000 mensen in Nederland (2025)

Oorzaak: ?
Idee: meerdere oorzaken
Daardoor ontstaan schade in het centrale zenuwstelsel (CZS), oftewel in het brein en ruggenmerg. In de aangedane gebieden een ontstekingsbeeld en verlies van de isolerende laag om zenuwvezels (demyelinisatie) en zenuwvezels (axonen) gezien. Dit maakt dat de MS merkbaar wordt.

MS verloop vaak via een typisch beloop:
Bij start MS:
Met de jaren wordt bij het meerderendeel (60%) een geleidelijke verergering gezien met exacerbaties door ontstekingsactiviteit. Dit wordt secundair progressieve MS (SPMS) genoemd. Wanneer de witte isolatielaag en de lange uitlopers van zenuwcellen verloren zijn gegaan, rest er blijvende schade.
In de praktijk komt het er vaak op neer dat het lopen geleidelijk moeizamer gaat. Naarmate dit minder wordt gaan ook de darmen en/of blaas minder werken. Over tijd kunnen ook de armen minder gaan werken en denken worden aangedaan.

MS is een klinische diagnose, oftewel een ziekte die gesteld wordt op basis van het verhaal en het beeld. Hierbij wordt de gereviseerde criteria van McDonald gebruikt, waarin onder andere staat dat:
Hiervoor wordt een MRI en soms hersenvocht gebruikt.
Hoe snel de ziekte verloopt wisselt per persoon. Bij het merendeel gaat het langzaam achteruit en bij een klein deel gaat het een stuk sneller.
Positieve voorspellers verloop:
Negatieve voorspellers verloop:
Het duurt circa 20 jaar tot een loophulpmiddel nodig is en 30 jaar tot er sprake is van rolstoelafhankelijkheid. MS is geen dodelijke ziekte, maar men kan kwetsbaarder worden door de beperkingen en overlijden door een complicatie zoals een longontsteking. Wat betreft de levensverwachting, deze is nauwelijks verkort. Door medische vorderingen lijkt het verschil in levensverwachting tussen gezonde mensen en mensen met MS verder te verkleinen.
Relapsing remitting MS (RRMS) kan worden behandeld met:
Eiwit die lijkt op de boodschappers die de afweer maakt om afweerreacties te sturen
Eiwit waarvan de structuur lijkt op myeline, de beschermlaag van zenuwcellen die bij MS wordt aangevallen. Het middel werkt als een bliksemafleider: de afweer gaat zich daarop richten in plaats van op het zenuwstelsel, waardoor het gespaard blijft.
Beide medicijnen moeten per injectie worden toegediend. Ze vertragen MS door overactieve afweer tegen eigen zenuwcellen remmen en het aantal exacerbaties te verminderen.
Indien zwanger op de medicatie te staken tot na het stoppen van de borstvoeding, tenzij er veel exacerbaties zijn.
Revalidatie
Dit komt in beeld als functiebeperkingen hierom vragen. Het kan helpen functioneringsproblemen op te lossen en nieuwe problemen vroegtijdig te signaleren en daarop te anticiperen.
Hoe wordt de patiënt in kaart gebracht?
Op basis van de ziekte, de belangrijkste beperkingen in het functioneren & participeren, en het beeld van de persoon en omgeving wordt een behandelplan opgesteld. Hierin zijn vaak meerdere (para)medici betrokken.
Vaakvoorkomende problemen en behandelopties
Vermoeidheid
Voorkomen: 3 op 4 MS-patienten
Doen: andere oorzaken zoals slaap #, infectie, depressie, bloedarmoede of pijn, uitsluiten
Behandelopties:
Zicht
Bij 20-25% van de MS-patiënten begint de ziekte met neuritis optica en 50-70% krijgt tijdens de ziekteverloop ermee te maken. Deze aandoening betreft een ontsteking van de oogzenuw, waardoor het zicht van één oog blijvend kan zijn aangedaan. Hiervoor kan training helpend zijn of hulpmiddel worden ingezet.
Slikken en spraak
Moeite met spreken en slikproblemen worden behandeld door de logopedist.
Dit kan gaan om ademhalingstraining, houdingsadviezen tijdens het eten en sliktraining.
Denk-, gedrag en emotieproblemen
Problemen met het geheugen en informatieverwerking komt voor bij MS.
Hiervoor kunnen compenserende vaardigheden worden aangeleerd.
Pijn
Neuropathische pijn, oftewel pijn door schade aan het zenuwstelsel, kan worden behandeld met medicatie zoals amitriptyline, carbamazepine of pregabaline. Pijn door spasticiteit kan worden behandeld middels injecties met botulinetoxine (botox) of baclofen in combinatie met fysiotherapie.