Bij een dwarslaesie is er sprake van schade aan het ruggenmerg. Zenuwen in het ruggenmerg kunnen hierdoor niet meer goed hun werk doen, waardoor onder de plek waar de schade is ontstaan het gevoel verandert en krachtverlies optreedt. Verder kan het samengaan met stoelgang- en plasproblemen en een gestoorde werking van andere organen.

Volgens recente data worden jaarlijks 600-650 nieuwe dwarslaesiepatiënten opgenomen in gespecialiseerde revalidatiecentra. In 60% van de gevallen komt dit door een niet-traumatische en in 40% door een traumatische oorzaak.
In de groep met een niet-traumatische oorzaak, zoals een tumor (24%), wervelaandoening (23%) of een (door)bloedingsprobleem van het ruggenmerg, gaat het om 350-400 patiënten.
In de groep met een traumatische oorzaak gaat het om 200-250 opgenomen patiënten. Hierbij is veelal een val (57%), met name bij ouderen, of een verkeersongeval (23%) de boosdoener.

Naar gelang het ruggenmerg beschadigd is, kan het in 2 groepen worden ingedeeld.
Volledige of complete dwarslaesie
Het ruggenmerg overdwars helemaal is beschadigd.
Partiele of incomplete dwarslaesie
Het ruggenmerg overdwars deels beschadigd.

Er zijn meerdere bijzondere vormen van dwarslaesie.
Twee daarvan zijn:
Brown-Sequard syndroom
Hierbij is het ruggenmerg aan de linker- of rechterkant beschadigd, zoals te zien is bij de vorige afbeelding boven het kopje partiele dwarslaesie. Dit kan zijn door een trauma zoals een steek- of schotwond of door ziekte zoals een hernia of tumor die op 1 kant van het ruggenmerg druk uitoefent.
Central cord syndroom
Hierbij is het ruggenmerg alleen in het midden aangedaan.

Vraaggesprek
De diagnose wordt gesteld op basis van het verhaal én aanvullend onderzoek. Zo is het verdacht voor een dwarslaesie als iemand plots een verlamming heeft, het gevoel veranderd is en er problemen zijn met plassen en de stoelgang.
MRI-scan
Bij een verdenking op een dwarslaesie wordt een MRI van het ruggenmerg gemaakt. Hiermee kan worden gekeken of er aanwijzingen zijn voor: traumatische schade aan het ruggenmerg of een ruggenmerginfarct, -ontsteking, -tumor of -bloeding. Bij verdenking op een ruggenmergontsteking of -bloeding wordt er soms
contrastvloeistof geven en ook het brein in beeld gebracht bij de MRI, om hier meer duidelijkheid over te krijgen.
CT-scan
Na een ongeluk kunnen ruggenwervels zijn beschadigd. Dit kan het best worden beoordeeld door het maken van een CT.
Ruggenprik
Dit wordt gedaan bij verdenking op een ontsteking van het ruggenmerg. In geval van een ontsteking zal in het afgetapte hersenvocht ontstekingscellen te zien zijn én meer eiwitten dan gebruikelijk. Ook kan vocht worden onderzocht op de aanwezigheid van bacteriën, virussen of tumorcellen.
Bloed
Door bloedonderzoek kan:

Acute fase
Spoedeisende hulp
Bij verdenking op een dwarslaesie moet je met spoed naar het ziekenhuis komen. In het ziekenhuis worden eerst de vitale functies gestabiliseerd. Zo is het belangrijk om de bloeddruk op pijl te houden. Dit kan door medicijnen die de bloedvaten vernauwen.
Operatie
Als door een trauma een wervelfractuur zorgt voor druk op het ruggenmerg en dit leidt tot een dwarslaesie, dan zal een OK worden overwogen. Andere redenen om te opereren zijn een vaatafwijking of de behandeling van een tumor.
Medicijnen
Als er sprake is van een ruggenmergontsteking door een auto-immuunreactie, dan wordt er Prednisolon en als dit door een bacterie komt wordt er gestart met antibiotica.
Niet acute fase
De patient zal over worden geplaatst naar een revalidatiecentrum.
Hier is aandacht zijn voor het functioneren, maar zeker ook voor preventie.
Zo kan wordt decubitus voorkomen door wisselligging, nierinsufficiëntie door katheterisatie & verkorting van spieren & pezen door fysiotherapie en de juiste zit- en lighouding.
In het revalidatietraject worden functies & vaardigheden getraind, en gewerkt aan de conditie. Naast het fysieke stuk is er aandacht voor de emotionele impact. Een medisch maatschappelijk werker of psycholoog kan hierin ondersteuning bieden.
